Kort antwoord
Nee. Hoewel onze hersenen pijn en andere zintuiglijke signalen verwerken, wordt elk gevoel dat lijkt te "komen uit" een bepaald hersengebied veroorzaakt door de manier waarop de hersenen signalen interpreteren. En dus niet door activiteit die je bewust in dat gebied kunt voelen. De hersenen zelf hebben geen receptoren voor pijn of onze tastzin. Alleen de meningen (de vliezen die onze hersenen omhullen) kunnen een lokaal gevoel van hoofdpijn veroorzaken.
Langer antwoord
Onze hersenen bevatten miljarden neuronen (cellen die signalen doorgeven; zie ook ons eerdere antwoord op: ‘Hoe wordt een zenuwcel gemaakt?‘) en verwerken een enorme hoeveelheid informatie uit de rest van het lichaam. De hersenen zijn de plek waar alle zintuiglijke informatie samenkomt: waar we het interpreteren, begrijpen en ervaren. De hersenen zijn de grote vertolker van onze zintuigen, maar de oorspronkelijke sources zijn ge-outsourced: aan onze ogen voor licht, onze oren voor geluid, en ons lichaam voor tastzin en pijn.
Hoe weten we dit? Één van de meest onthullende aanwijzingen kwam van de Canadese neurochirurg Wilder Penfield, die ruim een eeuw geleden elektrische stroompjes gebruikte om de hersenen van bewuste patiënten te stimuleren tijdens operaties. Hij ontdekte dat een specifiek gebied (nu de primaire somatosensorische cortex genoemd) een kaart van het hele lichaam bevat. Stimuleer één plek en een patiënt voelt iets in zijn vingers, stimuleer een andere plek en hij voelt het in zijn voeten. Vergelijkbare kaarten zijn sindsdien gevonden voor zien (zie ook ons eerdere antwoord op: ‘Wat is het effect van een visuele beperking op de hersenen?‘), horen en ruiken. Ons brein blijkt gedetailleerde kaarten te bevatten van de buitenwereld. Maar geen kaart van zichzelf.


Links: De Canadese neurochirurg Wilder Penfield, gefotografeerd bij een krijtbord met zijn tekeningen van de hersenschors (aangepast van Ladino et al., 2018). Rechts: de somatosensorische ‘homunculus’: een kaart van het menselijk lichaam zoals weergegeven in de somatosensorische cortex, waarbij elk lichaamsdeel is gepositioneerd en waarvan de grootte bepaald wordt op basis van de hoeveelheid ruimte die de hersenen eraan besteden (aangepast op basis van de Brainfacts handout van de Society for Neuroscience, 2014).
Dit brengt ons bij hoofdpijn, waar ongeveer de helft van alle volwassenen minstens één keer per jaar last van heeft. Mensen voelen de pijn van hoofdpijn vaak op een zeer specifieke plek: veelal achter de ogen, over het voorhoofd, of aan de achterkant van het hoofd. De hersenen zelf hebben geen pijn- of tast-receptoren. Dus als de hersenen zelf geen pijn kunnen voelen, wat is een “hoofdpijn” dan precies? Het antwoord ligt in de structuren rondom de hersenen: bloedvaten, de meningen (de vliezen die de hersenen omhullen), en de spieren van de schedel en nek. Deze structuren hebben wél pijnreceptoren en kunnen die informatie doorgeven aan de hersenen, waardoor we het gevoel krijgen dat de pijn zich op een specifieke plek bevindt.
Een treffend voorbeeld hiervan is “sinushoofdpijn”, die aan de voorkant van het hoofd wordt gevoeld. De sinussen zijn holle, luchtgevulde holtes die zich direct achter ons voorhoofd en rondom de neus en ogen bevinden. Ze produceren slijm om bacteriën en virussen te bestrijden, maar kunnen gaan ontsteken, waardoor de druk toeneemt en pijn ontstaat. En omdat ze precies daar zitten, kan het al snel aanvoelen alsof de pijn uit de hersenen zelf komt. Hoofdpijn kan ook ontstaan door irritatie van de meningen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij meningitis, een ernstige aandoening waarbij bacteriën of virussen zorgen voor onsteking in deze vliezen (het achtervoegsel “-itis” betekent simpelweg ontsteking).
Een vergelijkbaar proces treedt op bij migraine. In dit geval raakt de nervus trigeminus (een belangrijke zenuw die verantwoordelijk is voor gevoel in het gezicht) overgeactiveerd. De nervus trigeminus vangt pijnsignalen op van receptoren in de meningen en bloedvaten (opnieuw niet vanuit de hersenen zelf). Wanneer hij te actief wordt, geeft hij ontstekingsbevorderende stoffen af (neuropeptiden). Deze stoffen trekken de hersenen in en kunnen onderweg versterkt worden, wat leidt tot de intense en aanhoudende pijn die bij migraine wordt ervaren. Hierdoor kunnen mensen met migraine normaal niet-pijnlijke prikkels, zoals licht aanraken van het hoofd, als pijnlijk ervaren.
Conclusie
Een interessante paradox: hoewel de hersenen de plek zijn waar pijn wordt verwerkt, kan het hersenweefsel zelf geen pijn voelen, omdat het geen pijnreceptoren heeft. Hoofdpijn ontstaat vanuit de omliggende structuren, zoals de meningen, die pijnsignalen kunnen opvangen en doorgeven aan de hersenen zelf.
Meer lezen?
[Nederlands] www.hoofdpijnonderzoek.nl of [Engels] www.headacheresearch.en of luister naar DE HOOFDPIJNPODCAST van het Leiden Universitair Medisch Centrum