Kort antwoord
Het mannelijke en vrouwelijke brein verschillen, maar ze lijken meer op elkaar dan dat ze verschillend zijn. Bovendien zijn de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke hersenen kleiner dan de verschillen tussen mannelijke hersenen onderling of de verschillen tussen vrouwelijke hersenen onderling. Er zijn ook verschillen in sommige vaardigheden en voorkeuren tussen mannen en vrouwen, maar deze zijn niet constant in de tijd of tussen landen, wat erop wijst dat er zeer sterke sociale en culturele factoren zijn die verklaren waarom mannen en vrouwen in hun gedrag gemiddeld verschillen.
Langer antwoord
Disclaimer
Ten eerste is het belangrijk om te beginnen met enkele disclaimers, aangezien de biologie achter het volledige spectrum van zowel geslacht als gender een ingewikkeld onderwerp is en buiten het bereik van dit antwoord valt. We zullen hier echter binnenkort verder op ingaan! Om deze vraag te beantwoorden, zullen we het dus alleen hebben over cis-mannen (mensen die bij de geboorte als man zijn toegewezen en zich als man identificeren) en cis-vrouwen (mensen die bij de geboorte als vrouw zijn toegewezen en zich als vrouw identificeren).
Ten tweede moeten we voorzichtig zijn met onze interpretatie, omdat het antwoord op deze vraag door de geschiedenis heen een belangrijke rol heeft gespeeld in het debat over gendergelijkheid. Bijvoorbeeld, de resultaten uit de hersenwetenschappen die laten zien dat mannen en vrouwen op een of andere manier kunnen verschillen, worden vaak aangehaald als de reden voor stereotype genderverschillen, of zelfs als steun voor degenen die beweren dat vrouwen minder intelligent zijn dan mannen. Om duidelijk te zijn: dit is niet het geval! Mannen en vrouwen blijken even intelligent te zijn. Om een lang verhaal kort te maken: het mannelijke en vrouwelijke brein verschillen, maar ze zijn meer gelijk dan verschillend. Bovendien zijn de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke hersenen kleiner dan de verschillen tussen mannelijke hersenen onderling of vrouwelijke hersenen onderling.
Ten derde, zelfs als we een verschil vinden tussen het gedrag of de vaardigheden van mannen en vrouwen, is het zeer moeilijk te zeggen of dit verschil aangeboren is (door genetica/biologie), of bijvoorbeeld te wijten is aan stereotypen in cultuur of opvoeding. Er is bijvoorbeeld een complexe interactie tussen erfelijke en omgevingsfactoren bij scores op IQ-testen.
Nu deze belangrijke punten zijn besproken, laten we eens kijken waar er daadwerkelijk enige verschillen kunnen zijn tussen de hersenen van mannen en vrouwen.
Genetische en hormonale verschillen
Vrouwen en mannen verschillen op basis van hun lichaamsbouw, dit komt door hun genetica en biologische ontwikkeling. De genetische gegevens die we van onze ouders krijgen, bepalen of we (in de meeste gevallen) als jongen of meisje geboren worden, en welke soorten hormonen onze groei (het meest) stimuleren. Mannen zullen meer van de typische mannelijke hormonen (bijvoorbeeld testosteron) in hun lichaam hebben, en vrouwen meer van het hormoon oestrogeen (bekijk de links hieronder om meer over deze hormonen te weten te komen).
De geslachtshormonen spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de hersenen, tijdens de zwangerschap en tijdens het vroege leven. Vrouwelijke foetussen produceren geen hormonen, maar mannelijke foetussen beginnen al in de baarmoeder testosteron te produceren en deze toename van testosteron rondom de geboorte zal de zich ontwikkelende hersenen ‘vermannelijken’. Deze door hormonen veroorzaakte veranderingen resulteren in enkele verschillen in het aantal hersencellen en verbindingen in specifieke hersengebieden die van invloed zullen zijn op de manier waarop deze hersengebieden zullen functioneren. De moeder produceert ook hormonen (waaronder testosteron), die ook invloed hebben op de ontwikkeling van de hersenen van de foetus. Dit betekent dat de hersenen bij afwezigheid van hormonen zich zullen ontwikkelen tot een vrouwelijk brein, en dat het testosteronniveau tijdens de zwangerschap bepaalt hoe ‘mannelijk’ de hersenen worden. Wanneer de baby wordt geboren, blijven de hormoonspiegels de eerste tien levensjaren laag, maar de ontwikkeling van de hersenen wordt tijdens de puberteit verder bepaald door geslachtshormonen (testosteron bij mannen en oestrogeen bij vrouwen). De hersenen bereiken hun volwassen vorm pas rond de leeftijd van 20-25 jaar. Gedurende al die jaren beïnvloeden de geslachtshormonen de ontwikkeling van de hersenen, maar je kunt je voorstellen dat dit slechts één van de vele invloedrijke factoren is die de ontwikkeling van de hersenen bepalen.
Het niveau van de geslachtshormonen stimuleert naast ontwikkelingen in de hersenen ook mannelijke of vrouwelijke lichaamskenmerken, en dus bepaalde vaardigheden. Daarom heeft het Olympisch Comité bijvoorbeeld betoogd dat vrouwen met een testosteronniveau hoger dan een vastgesteld maximum niet mogen concurreren met de andere vrouwen, omdat dit hen een oneerlijk fysiek voordeel zou opleveren. Een typisch effect van een hoog testosterongehalte is dat het je zelfvertrouwen vergroot. Sommige vrouwen met chronische angst hebben bijvoorbeeld een kortdurende behandeling met testosteron ondergaan, waardoor hun symptomen aanzienlijk verbeterden (dat wil zeggen, ze kregen meer zelfvertrouwen). Belangrijk is dat dit niet betekent dat alle vrouwen met angstgevoelens met testosteron moeten worden behandeld, omdat het aanzienlijke bijwerkingen heeft die misschien niet wenselijk zijn (zoals sterkere haargroei of andere gedragsmatige bijwerkingen). Toch laat het de impact zien van dit hormoon op zelfvertrouwen en angst. Interessant genoeg hebben meerdere onderzoeken aangetoond dat mannen met gemiddeld hogere testosteronniveaus de neiging hebben hun eigen capaciteiten een beetje te overschatten, terwijl vrouwen als groep zichzelf vaak onderschatten. Dus in het grotere plaatje zijn er inderdaad door hormonen veroorzaakte verschillen tussen de geslachten.
Verschillen tussen de hersenen van mannen en vrouwen
Ondanks de door hormonen veroorzaakte veranderingen die optreden tijdens de ontwikkeling, lijken mannelijke en vrouwelijke breinen sterk op elkaar. Ze hebben dezelfde vorm en dezelfde hersengebieden. Maar vrouwen hebben kleinere hersenen. Dit betekent echter niet dat ze minder intelligent zijn! Uit een onderzoek naar de manier waarop hersencellen met elkaar communiceren, bleek dat hersencellen bij vrouwen meer verbindingen lijken te maken met andere hersencellen dan die van mannen, en dat vrouwen de energiebronnen van hun hersencellen efficiënter gebruiken. Dit is misschien de reden waarom vrouwen minder hersencellen nodig hebben om even intelligent te zijn.
Waarom werken er zoveel meer mannen in de techniek, wetenschap of wiskunde?
Als voorbeeld van de complexiteit van de interacties tussen verschillen tussen de seksen en de effecten ervan in de samenleving, zullen we de vraag bespreken waarom mannen in sommige beroepen oververtegenwoordigd zijn, zoals beroepen georiënteerd op techniek of bètawetenschappen,
Verschillen in vaardigheden
Zoals hierboven vermeld, is er een lange discussie geweest over de vraag of mannen en vrouwen verschillen in bepaalde vaardigheden. Hoewel er geen verschillen in IQ zijn gevonden, zijn er wel verschillen in sommige vaardigheden gevonden, zoals sommige verbale vaardigheden (waar vrouwen over het algemeen wat beter op scoren) en sommige visueel-ruimtelijke vaardigheden (waar mannen over het algemeen wat beter in presteren). De oorzaken van deze verschillen zijn niet bekend, maar zijn hoogstwaarschijnlijk een complexe mix van culturele, sociale en biologische factoren. Bovendien zijn deze gemiddelde verschillen doorgaans klein ten opzichte van de verschillen binnen een groep (de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn dus veel kleiner dan de verschillen tussen vrouwen of tussen mannen). Daarom kunnen verschillen in vaardigheden niet verklaren waarom meer mannen in de techniek, wetenschap of wiskunde werken. Bovendien laten sekseverschillen tussen beroepen sterke verschillen tussen landen zien. In de DDR en de USSR, waar iedereen ongeacht zijn of haar geslacht moest werken, waren deze verschillen in voorkeursberoepen bijvoorbeeld veel kleiner. Dit suggereert dat er culturele verschillen zijn die een belangrijke rol spelen. Ook blijkt gendergelijkheid een sterk effect te hebben op testscores tussen meisjes en jongens, vooral bij wiskunde en begrijpend lezen (zie het artikel Culture, Gender, and Math hieronder). Meisjes scoren slechter dan jongens op het gebied van wiskunde in Turkije, maar presteren beter dan jongens in IJsland.
Verschillen in voorkeuren of interesses
Er is vaak beargumenteerd dat mannen en vrouwen gewoon verschillende dingen leuk vinden, en dat mannen meer van wiskunde of programmeren houden dan vrouwen. Er lijken inderdaad verschillen in interesses te bestaan, maar onderzoekers vinden niet dezelfde verschillen in interesses in verschillende landen en deze lijken in de loop van de tijd te veranderen, wat erop wijst dat verschillen in interesses tussen mannen en vrouwen sterk worden beïnvloed door cultuur en samenleving.
Conclusie
Biologische verschillen, genderrollen en culturele opvoeding staan op complexe manieren in wisselwerking met verschillen in vaardigheden en voorkeuren. De effecten van cultuur, samenleving, stereotypen en verwachtingen zijn doorgaans zeer groot. Er bestaan grote individuele verschillen in hersenfunctie tussen mensen en die individuele verschillen zijn veel groter dan de sekseverschillen.
NB We hebben Iris Sommers, Marlene Meyer en de Donders Diversity Committee geconsulteerd bij het beantwoorden van deze vraag.
Meer lezen?
(Engels) Culture, Gender, and Math – artikel van Luigi Guiso over hoe de (on)gelijkheid tussen genders invloed heeft op testscores
Dit doet testosteron écht met je gedrag – De Correspondent
(Engels) Sex Differences in the Brain (brainfacts.org)
(Engels) Wikipedia page about sex differences and intelligence
(Engels) The Science of Sex Differences in Science and Mathematics
Testosteron & Oestrogeen:
(Engels) Testosterone — What It Does And Doesn’t Do – Harvard Health
(Engels) Oestrogen’s Effects on the Female Body | Johns Hopkins Medicine
(Engels) Hammes, S. R., & Levin, E. R. (2019). Impact of oestrogen in males and androgens in females. The Journal of clinical investigation, 129(5), 1818–1826. https://doi.org/10.1172/JCI125755