Zijn er mensen die meer of minder ‘beelddenken’? En heeft dit gevolgen voor hoe ze leren?

beantwoord door Ilona Bloem (Donders Instituut, Nijmegen & Nederlands Herseninstituut, Amsterdam) & Tomas Knapen (Vrije Universiteit & Nederlands Herseninstituut, Amsterdam)

Redactie & Vertaling: Sjoerd Murris

Kort antwoord

Ja! Er zijn duidelijke verschillen. Sommige mensen hebben nauwelijks innerlijke beelden (aphantasia), anderen juist extreem levendige beelden (hyperphantasia). Verreweg de meeste zitten daar ergens tussenin. Dit beïnvloedt vooral hoe we leren en informatie verwerken: mensen die weinig beelddenken grijpen vaker naar taal, logica of stap-voor-stap redeneren, terwijl sterke beelddenkers eerder met innerlijke plaatjes werken. Beide groepen kunnen in veel leertaken vergelijkbaar goed presteren door slim gebruik te maken van deze verschillende strategieën.

Langer antwoord

Wat is ‘beelddenken’?

Beelddenken is het vermogen om een beeld voor te stellen zonder dat het via je ogen binnenkomt: als het ware “plaatjes in je hoofd”. Het hoeven geen visuele beelden te zijn: denk aan innerlijke geluiden, geuren, bewegingen of gevoelens. Stel je je slaapkamer voor: misschien zie je het bed en de posters aan de muur, hoor je het geluid van de straat, of voel je hoe zacht je dekbed is. De patronen in hersenactiviteit die ontstaan als je je dit inbeeldt, lijken erg op de patronen die ontstaan als je echt iets ziet, hoort of voelt.

Innerlijke beelden

Normaal gesproken gaat visuele informatie van het oog via ons netvlies, de oogzenuw en thalamus uiteindelijk naar de visuele cortex in het brein (zie ook ons eerdere antwoord op: “Wat is het effect van een visuele beperking op de hersenen? En kunnen we iets doen om dit te herstellen?”). In de visuele cortex worden vormen en kleuren verwerkt en daarna gekoppeld aan betekenis. Bij een mentaal beeld verloopt dit proces deels in omgekeerde richting: geheugengebieden worden actief en sturen signalen terug naar de visuele cortex.  Je “ziet” dan iets zonder dat er je het dus echt ziet! Dat dit ook echt gebeurt blijkt uit verschillende metingen in het lichaam. Wanneer mensen zich bijvoorbeeld een felle zon voorstellen, trekken hun pupillen een beetje samen. Hetzelfde zou gebeuren als je echt naar buiten zou kijken. Daarnaast laten oogbewegingsstudies zien dat mensen tijdens het voorstellen van een eerder gezien plaatje, spontaan hun ogen (deels) dezelfde bewegingen laten maken als wanneer we echt naar zo’n plaatje kijken. Het is alsof we het beeld in ons hoofd ‘aftasten’ met de ogen.

Variatie tussen mensen

Neurowetenschappers hebben ontdekt dat er grote verschillen bestaan in hoe levendig mensen denkbeelden ervaren. Aan de ene kant van het spectrum ligt aphantasia. Dit is een conditie die ongeveer 4% van de mensen heeft, waarbij ze aangeven nauwelijks of geen visuele denkbeelden te hebben. Hun ‘mind’s eye’ blijft in principe donker. Aan de andere kant ligt hyperphantasia: mensen die bijna fotografische, extreem gedetailleerde innerlijke beelden rapporteren. Hersenscans laten zien dat bij aphantasia de visuele cortex zeker wel representaties kan vormen, maar dat de verbinding met andere hersengebieden anders werkt: zoals verbindingen met frontale gebieden voor aandacht en controle, en ook structuren voor geheugen. Tegelijk laten gedragsexperimenten zien dat mensen met aphantasia vaak normale of zelfs nauwkeurige prestaties leveren op bepaalde leertaken, maar andere strategieën gebruiken (ze maken meer gebruik van taal, logica of stap-voor-stap redeneren).

Het spectrum van beeldvorming: van fotografisch scherp (links) tot nauwelijks waarneembaar (rechts). Bij de meeste mensen ligt de beeldvorming ergens in het midden van dit spectrum. Bron: Aphantasia apple test, Wikimedia Commons. Licentie: CC-BY-SA 4.0

Verreweg de meeste mensen bevinden zich ergens op het spectrum tussen aphantasia en hyperphantasia. En welke strategie iemand gebruikt om te denken is dus het resultaat van dit netwerk van hersengebieden en de verbindingen. Je kunt dit niet reduceren tot een dominante rechter- of linkerhersenhelft. De populaire notie dat beelddenkers vooral met hun rechterhersenhelft werken, is een te grote versimpeling van de werkelijkheid (zie ook ons antwoord op de vraag: “Is het waar dat sommige mensen meer met hun linker of rechter hersenhelft nadenken?”). Tegelijkertijd roepen deze verschillen een belangrijke vraag op: wat betekenen ze eigenlijk? Beelddenken blijkt sterkere emotionele reacties op te roepen dan verbaal of abstract denken. Dat alleen al is een reden om meer waardering te hebben voor de diversiteit in hoe onze hersenen problemen benaderen, en voor de grote variatie die bestaat op dit spectrum.

Conclusie

Samen laten deze bevindingen zien dat beelddenken geen alles-of-niets vaardigheid is! Het is één van de vele manieren waarop het brein de wereld kan simuleren en begrijpen. Of je nu rijke innerlijke films afspeelt, of juist bijna geen plaatjes ziet, je brein beschikt over meerdere routes om informatie te verwerken en te leren. Het verschil zit hem vooral in welke weg jouw brein automatisch het meest inschakelt.

Meer lezen?

(Engels) Test zelf waar jij valt op dit spectrum, met een korte quiz: https://aphantasia.com/study/vviq

(Engels) Quill, E. (2026). Many people have no mental imagery. What’s going on in their brains?. Nature650(8100), 20-23.

(Engels) Pearson, J., Naselaris, T., Holmes, E. A., & Kosslyn, S. M. (2015). Mental imagery: functional mechanisms and clinical applications. Trends in cognitive sciences19(10), 590-602.

(Engels) Pearson, J. (2019). The human imagination: the cognitive neuroscience of visual mental imagery. Nature reviews neuroscience20(10), 624-634.